Tienduizenden woningen met bodemenergie laten laag verbruik zien

All-electric woonwijk bouwen én netbewust? Het kan wel degelijk

 Door: Henriëtte Davids en Willem Bastein (Cfl)

De energietransitie stelt gemeenten voor een nieuwe ontwerpopgave: hoe ontwikkelen we woonwijken die niet alleen duurzaam zijn, maar ook verstandig omgaan met de beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet? In discussies over all-electric nieuwbouw wordt de warmtepomp soms gezien als een bron van extra netbelasting. Meetdata uit de praktijk laat echter een veel genuanceerder beeld zien. Met de juiste ontwerpkeuzes kan een all-electric woonwijk juist verrassend netbewust functioneren.

Meetgegevens van tienduizenden woningen met een bodemenergie-warmtepomp laten zien dat het aansluitvermogen van deze systemen veel lager ligt dan vaak wordt aangenomen.

Waar in aansluitaanvragen soms nog wordt gerekend met piekvermogens van meerdere kilowatts per woning, blijkt uit praktijkdata dat het gelijktijdig vermogen in een wijk tijdens de winterpiek gemiddeld rond de 0,5 kW per woning ligt. Daarmee wordt zowel de warmtevraag als de tapwatervraag in de wijk gedekt. De gelijktijdigheid van het gebruik ervan bedraagt circa 50%.

Zelfs tijdens strenge vorst kan een reservering van minder dan 1 kW per woning voldoende zijn voor verwarming en warm tapwater. Gedurende de zomer ligt de piek in het gelijktijdig vermogen op circa 0,2 kW per woning. Dit betreft dan zowel het vermogen dat nodig is om de woning te koelen, als het vermogen voor warm tapwater.

 

Het lage verbruik wordt vooral veroorzaakt door de combinatie van een goed ontworpen woning en een warmtepomp die gebruikmaakt van warmte- en koudeopslag in de bodem (bodemenergie). Daardoor hoeft het systeem nauwelijks piekvermogen uit het elektriciteitsnet te trekken.

Begin bij de Trias Energetica

Voor gemeenten die nieuwe wijken ontwikkelen of warmteprogramma’s opstellen, is het uitgangspunt van de Trias Energetica nog steeds relevant:

  1. Beperk de energievraag
  2. Gebruik duurzame energie
  3. Gebruik fossiele energie zo efficiënt mogelijk.

In een goed ontworpen all-electric woning betekent dit bijvoorbeeld dat warmteterugwinning uit ventilatielucht én uit douchewater de warmtevraag sterk verminderen. De benodigde capaciteit van de warmtepomp daalt daardoor aanzienlijk, evenals de belasting van het elektriciteitsnet.

De keuze voor het type warmtepomp maakt vervolgens het verschil voor de belasting van het elektriciteitsnet. Bodemenergie-warmtepompen combineren de warmtepomp met seizoensopslag van warmte en koude in de bodem, waardoor piekbelasting in zowel winter als zomer sterk wordt afgevlakt. Koeling vindt bijvoorbeeld grotendeels passief plaats via de bodem, zonder extra elektriciteitsvraag. Dit laatste is ook belangrijk omdat in goed geïsoleerde woningen steeds meer behoefte aan koeling is.

Minder zonnepanelen, minder terugleverkosten

Wanneer de Trias Energetica daadwerkelijk als ontwerpprincipe wordt toegepast, heeft dat nog een ander voordeel dat lang onderbelicht bleef. Doordat de warmtevraag sterk wordt gereduceerd en de warmtepomp efficiënter werkt, is er minder elektriciteit nodig om een woning te verwarmen.

Dat betekent dat een woning ook minder zonnepanelen nodig heeft om energieneutraal te worden. Een netbewuste all-electric woning zorgt zo ook in de zomer voor minder belasting op het elektriciteitsnet.

Voor netbeheerders en energieleveranciers is dat gunstig. Minder pieken in zowel vraag als teruglevering maken het elektriciteitsnet beter beheersbaar en dragen bij aan een netbewust energiesysteem.

Praktijkervaring: lage netbelasting

De praktijk bevestigt dit beeld. In projecten waar woningen met bodemenergie zijn uitgerust, blijkt de netbelasting automatisch laag te blijven. In een nieuwbouwwijk met tientallen woningen werd bijvoorbeeld een winterpiek van gemiddeld 0,5 kW per woning gemeten. Dit was nog zonder dat bewoners actief werden gestuurd in hun energiegebruik. Ditzelfde beeld komt terug in de monitoring van tienduizenden woningen, zowel in nieuwbouw als in renovatie, waar bodemenergie-warmtepompen zijn toegepast.

De monitoringdata laat zien dat netbewust bouwen niet alleen afhankelijk is van gedrag of slimme sturing, maar zeker ook van ontwerpkeuzes voor de installaties in de woning.

Netbewust bouwen begint bij het energieconcept

Voor gemeenten betekent dit dat de discussie over een toekomstbestendig energiesysteem niet alleen gaat over netverzwaring of flexibiliteit, maar ook over de keuze van het warmteconcept. Wanneer in een vroeg stadium wordt gekeken naar het samenspel tussen gebouw, warmtepomp en energieopslag, kan het benodigde aansluitvermogen aanzienlijk lager uitvallen dan in traditionele berekeningen wordt aangenomen.

Samenwerking tussen gemeenten, ontwikkelaars en netbeheerders in de ontwerpfase is daarbij cruciaal. Realistische aannames over gelijktijdigheid en daadwerkelijke vermogensvraag voorkomen dat projecten onnodig grote aansluitingen aanvragen.

Gemeentelijke warmteplannen

De energietransitie vraagt om keuzes die niet alleen duurzaam zijn, maar ook passen binnen de fysieke grenzen van het elektriciteitsnet. Juist daarom is het van belang dat gemeenten bij het opstellen van warmteprogramma’s en wijkuitvoeringsplannen niet alleen kijken naar CO₂-reductie, maar ook naar de netimpact van verschillende oplossingen.

De praktijkdata laten zien dat warmtepompen op basis van bodemenergie daarin een bijzondere positie innemen. Door de combinatie van hoge efficiëntie, seizoensopslag en passieve koeling blijft de elektriciteitsvraag beperkt en worden piekbelastingen afgevlakt.

Dat betekent dat bodemenergie-warmtepompen vrijwel geen extra belasting veroorzaken voor het elektriciteitsnet. In een tijd waarin de capaciteit van het net steeds vaker een beperkende factor vormt voor woningbouw en verduurzaming, is dat geen detail maar een doorslaggevend voordeel.

Wie serieus werk wil maken van netbewuste gebiedsontwikkeling, kan er daarom eigenlijk niet omheen: warmtepompen op basis van bodemenergie behoren tot de meest logische en toekomstbestendige keuzes voor nieuwe woonwijken en gemeentelijke warmteplannen.

*Bron: monitoringdata Itho Daalderop/Klimaatgarant, whitepaper Netcongestiebewuste nieuwbouwwijken, tweede druk gepubliceerd maart 2026